Onderscheid tussen leveringen en restaurant- en cateringdiensten

Onderscheid tussen leveringen en restaurant- en cateringdiensten

23/03/2018

Belang van het onderscheid
De spijzen worden aan de verbruikers verstrekt in een ruimte, binnen of buiten, van de belastingplichtige
De spijzen worden aan de verbruikers verstrekt elders dan in de ruimten van de belastingplichtigen
Mobiel voedselkraam - Foodtruck
Spijzen en/of dranken verstrekt in een station
Kookworkshops en kok aan huis
Spijzen en/of dranken in automaten
Spijzen en/of dranken tijdens een seminarie
Borrelhapjes en versnaperingen​​

Belang van het onderscheid

Het onderscheid tussen een levering van spijzen en/of dranken en een dienst bestaande uit het verschaffen van spijzen en/of dranken in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse is van belang voor de bepaling van het toe te passen btw-tarief op betreffende handeling. Restaurant- en cateringdiensten zijn, met uitsluiting van het verschaffen van dranken, onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 12 %. Dranken die het voorwerp zijn van een restuarant- of cateringdienst zijn onderworpen aan het normale btw-tarief van 21 %. De spijzen en/of dranken die het voorwerp zijn van een levering in de zin van artikel 10 van het Btw-Wetboek moeten belast worden tegen het btw-tarief dat geldt voor de geleverde goederen (6 % of 21 %).

Deze regels dienen ook te worden toegepast om de drempel te berekenen en aldus na te gaan of een belastingplichtige over een geregistreerd kassasysteem dient te beschikken.

De spijzen worden aan de verbruikers verstrekt in een ruimte, binnen of buiten, van de belastingplichtige

Deze belastingplichtigen verstrekken, al naargelang het geval, een levering van goederen of een restaurantdienst.

Het betreft bijvoorbeeld volgende inrichtingen:

  • de traditionele restaurants, brasserieën, tavernes
  • de fastfood- en zelfbedieningsrestaurants
  • de restaurants in schouwburgen (theaters, clubs …), musea, handelscentra
  • de bedrijfskantine en –mess
  • de maaltijden verstrekt in volpension of in halfpension in een hotel of gastenkamer
  • de cafetaria’s, bars, cafés, tearooms
  • foodtrucks, snackbarwagen
  • verbruikssalon traiteurs, bakkers
  • tijdelijke verkoop- of eetstand op een festival, markt, beurs.

 

De spijzen en/of dranken worden aan de verbruikers verstrekt in een ruimte van de belastingplichtige (permanente, tijdelijke of verplaatsbare inrichting). Het begrip 'ruimte' of 'inrichting' veronderstelt een oppervlakte of een gebouw. Het kan gaan om een ruimte binnen of buiten. Onder dit punt wordt enkel de situatie beoogd waarbij de belastingplichtige zijn handeling verstrekt in zijn ruimte (binnen of buiten). Wanneer een belastingplichtige op verzoek van een klant spijzen en/of dranken elders dan in zijn ruimte verstrekt maar op een door de klant bepaalde plaats, verstrekt hij geen restaurantdienst maar een cateringdienst.

De aandacht wordt erop gevestigd dat wanneer een belastingplichtige wordt ingehuurd door een klant om op een door de klant gekozen locatie (elders dan de ruimte van de belastingplichtige) en tijdstip spijzen en/of dranken te gaan verstrekken aan de genodigden van die klant, er sprake is van een cateringdienst wanneer de belastingplichtige rechtstreeks factureert aan voornoemde klant (bijvoorbeeld een bedrijf vraagt aan een traiteur om in de lokalen van dat bedrijf een buffet met bediening te organiseren). In dat geval bestaat er trouwens geen contractuele band met de uiteindelijke consument van de verbruiksgoederen.

Het kan ook gebeuren dat de ruimte van de belastingplichtige geheel of gedeeltelijk wordt afgehuurd door een welbepaalde klant waarbij de belastingplichtige spijzen en/of dranken zal verstrekken die ter plaatse worden verbruikt door de genodigden van die klant. In dat geval is er nog steeds sprake van een restaurantdienst aangezien de dienst wordt verstrekt in de ruimte van een belastingplichtige (bijvoorbeeld een bedrijf huurt een zaal van een restaurant af voor het organiseren van een bedrijfsdiner).

Begrip 'ruimte' die wordt gebruikt voor het verstrekken van een levering van goederen of restaurantdienst

Het begrip 'ruimte' of 'inrichting' veronderstelt een oppervlakte of een gebouw.

De ruimte die wordt gebruikt voor het verstrekken van een levering van spijzen/dranken of een restaurantdienst moet geen eigendom van de belastingplichtige zijn. Het kan bijvoorbeeld ook om een gehuurd pand gaan. De belastingplichtige kan hierbij ook gebruik maken van een oppervlakte op een openbare of private plaats waarvoor hij het recht heeft om er zijn beroepswerkzaamheid uit te oefenen (bijvoorbeeld: een terras op straat, statafels in een station, strandbar, foodtruck op een festival, snackwagen op een markt, eetstand in een expohall, enzovoort). Het is evenwel niet noodzakelijk dat de belastingplichtige een vergoeding betaalt om zijn beroepswerkzaamheid op een bepaalde locatie te mogen uitoefenen.

Bij het verstrekken van een restaurantdienst kan in bepaalde gevallen de infrastructuur voor het verbruik ter plaatse ter beschikking gesteld worden door een of meerdere belastingplichtigen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer verschillende belastingplichtigen een gemeenschappelijke infrastructuur voor het verbruik ter plaatse ter beschikking stellen van hun cliënteel. Worden hier evenwel niet bedoeld: multifunctionele voorzieningen. Een vaste infrastructuur die geen verband houdt met een bepaald tijdelijk evenement, die volledig los staat van de verkoop van spijzen en/of dranken en door iedereen mag worden gebruikt ongeacht of men spijzen en/of dranken verbruikt (bijvoorbeeld wachtzaal in een station of luchthaven, de wachtzaal van een bioscoop, de openbare zitbanken op de openbare weg, enzovoort) wordt aangemerkt als een multifunctionele voorziening.

Wanneer de infrastructuur tijdelijk is en verband houdt met de uitbating van een of meerdere eetgelegenheden, is er in principe geen sprake van een multifunctionele voorziening zelfs indien deze infrastructuur gebruikt mag worden door personen die geen spijzen en/of dranken verbruiken.

De klanten verbruiken de spijzen en/of dranken in een ruimte binnen

Wanneer een belastingplichtige aan zijn klanten een ruimte binnen ter beschikking stelt die voorzien is van een infrastructuur die de klanten de mogelijkheid biedt om hun spijzen en/of dranken, zittend of staand (gewone tafels, statafels of eetbalie), ter plaatse te verbruiken is er steeds sprake van een restaurantdienst wanneer deze klanten van die infrastructuur gebruik maken.

Hierbij is het onder andere van geen belang of:

  • de verstrekte spijzen standaardspijzen zijn (met andere woorden: de aard van de spijzen speelt geen rol bij de kwalificatie van de handeling)
  • het om een permanente, tijdelijke of verplaatsbare inrichting gaat
  • er sprake is van een zekere graad van comfort van de door de belastingplichtige ter beschikking gestelde ruimte
  • de ter beschikking gestelde infrastructuur exclusief ter beschikking wordt gesteld van de klanten van de belastingplichtige, dan wel gedeeld wordt met de klanten van andere belastingplichtigen die spijzen en/of dranken verstrekken
  • er naast de gebruikelijke verpakking van de spijzen/dranken bijkomende middelen voor het verbruik ter beschikking worden gesteld (bestek, dienblad, glazen, enzovoort)
  • de ter beschikking gestelde tafels of eetbalies zich op een vrij toegankelijke ruimte (bijvoorbeeld gang van een winkelcentrum) bevinden
  • de infrastructuur voor het verbruik ter plaatse ter beschikking wordt gesteld door de belastingplichtige die de spijzen en/of dranken verstrekt, dan wel door een derde.

 

De klanten verbruiken de spijzen en/of dranken in open lucht

De door de belastingplichtige verstrekte spijzen en/of dranken, maken het voorwerp uit van een restaurantdienst zodra, naast de terbeschikkingstelling van een of meerdere (sta)tafels of uitklapbare toog bestemd voor het verbruiken van spijzen/dranken, één van de volgende dienstenaspecten aanwezig is en de klanten van de aanwezige infrastructuur gebruik maken voor het verbruiken van de spijzen/dranken:

  • er is minstens één bijkomend infrastructuurelement voorzien die het verbruik ter plaatse aangenamer maakt: bijvoorbeeld grondbekleding (andere dan de vaste wegbekleding), (terras)verwarming, bescherming tegen de zon of regen (bijvoorbeeld parasol, stertent) die nuttig is voor de verbruiker, sfeermuziek verstrekt door de belastingplichtige, verlichting specifiek voorzien voor de verbruikers, tafellakens, afsluitingen (bijvoorbeeld met hekken of bloembakken), … Deze lijst is niet exhaustief
  • de belastingplichtige (of een derde) voorziet meubilair zodat de klanten hun spijzen en/of dranken al zittend kunnen nuttigen
  • er is serviesgoed of tafelgerei (duurzaam of wegwerp) voor een effectief verbruik ter plaatse voorhanden, bijvoorbeeld bestek, borden, glazen, kopjes, enzovoort, of de spijzen/dranken worden aan de klant op een dienblad geserveerd
  • er is bediening aan tafel en/of de klant staat zelf niet in voor het afruimen.

 

Hierbij is het onder andere van geen belang of:

  • de verstrekte spijzen standaardspijzen zijn (met andere woorden: de aard van de spijzen speelt geen rol bij de kwalificatie van de handeling)
  • het om een permanente, tijdelijke of verplaatsbare inrichting gaat
  • er sprake is van een zekere graad van comfort van de door de belastingplichtige ter beschikking gestelde infrastructuur
  • de ter beschikking gestelde infrastructuur exclusief ter beschikking wordt gesteld van de klanten van de belastingplichtige, dan wel gedeeld wordt met de klanten van andere belastingplichtigen die spijzen en/of dranken verstrekken
  • de infrastructuur voor het verbruik ter plaatse zich op een openbare plaats (bijvoorbeeld park, strand, markt) bevindt
  • de infrastructuur voor het verbruik ter plaatse ter beschikking wordt gesteld door de belastingplichtige die de spijzen en/of dranken verstrekt, dan wel door een derde).

 

Bij afwezigheid, naast de terbeschikkingstelling van een (sta)tafel of uitklapbare toog, van een bijkomend dienstenaspect als hiervoor opgesomd, maken de door de belastingplichtige verstrekte (en ter plaatse verbruikte) spijzen en/of dranken het voorwerp uit van een eenvoudige levering. De handeling die enkel bestaat in de verkoop van spijzen en/of dranken, met of zonder voorafgaande bereiding, 'om mee nemen' zonder dat de klant gebruik maakt van de ter beschikking gestelde verbruiksinfrastructuur, is ook een levering van goederen. Het feit dat de goederen effectief bestemd zijn 'om mee te nemen' zonder verbruik ter plaatse blijkt inzonderheid uit de wijze van verpakking.

De inrichting beschikt zowel over een ruimte binnen als buiten

Elke handeling afzonderlijk beschouwd moet aan de hand van bovengenoemde regels worden gekwalificeerd.

De belastingplichtige heeft meerdere inrichtingen op verschillende locaties

Wanneer de belastingplichtige meerdere inrichtingen uitbaat op onderscheiden locaties (bijvoorbeeld een snackbar met verbruikssalon en een ambulante snackbarwagen op weekmarkten), moet elke inrichting afzonderlijk worden beoordeeld.

De spijzen worden aan de verbruikers verstrekt elders dan in de ruimten van de belastingplichtigen

Er is sprake van een cateringdienst wanneer de diensten inzake het verschaffen van spijzen en/of dranken worden verstrekt elders dan in de ruimten van de belastingplichtige. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de verstrekte spijzen en dranken worden verbruikt bij de klant thuis of op een andere door de klant gekozen locatie en tijdstip (met andere woorden elders dan in de ruimten van de belastingplichtige).

Het gaat hier bijvoorbeeld om volgende belastingplichtigen:

  • traiteurs
  • foodtrucks
  • kok aan huis.

 

Spijzen verstrekt elders dan in de ruimten van de belastingplichtige en zonder menselijke tussenkomst bij de klant

Wanneer een belastingplichtige op verzoek van een klant bij deze klant thuis of op een andere door de klant bepaalde plaats (maar elders dan in de ruimten van de belastingplichtige), zich beperkt tot het afzetten van de spijzen en/of dranken zonder menselijke tussenkomst bij die klant, is de handeling een eenvoudige levering van spijzen/dranken.

Het vervoer van de spijzen, het gebruik van warmhoudbakken, schotels en dergelijke voorwerpen nodig voor het vervoer van de spijzen en, meer algemeen, de prestaties die voor de 'verhandeling' van de spijzen noodzakelijk zijn, worden niet aangemerkt als een menselijke tussenkomst die een cateringdienst genereren.

Wanneer de belastingplichtige, naast het afzetten van de spijzen bij de klant zonder menselijke tussenkomst bij die klant, onder bezwarende titel roerende goederen ter beschikking stelt van de klant (bijvoorbeeld servies, bestek, glazen, meubilair, decoratie, tent, enzovoort), vinden in de regel twee aparte hoofdhandelingen plaats. Enerzijds de levering van spijzen en/of dranken (belast tegen het btw-tarief dat geldt voor de geleverde spijzen/dranken (6 % of 21 %)) en anderzijds de verhuur van roerende goederen die onderworpen is aan het normale btw-tarief van 21 %.

Spijzen verstrekt elders dan in de ruimten van de belastingplichtige en met menselijke tussenkomst

Wanneer een belastingplichtige op verzoek van een klant op een andere door deze klant gekozen locatie (maar elders dan in de ruimten van de belastingplichtige) en tijdstip, spijzen en/of dranken verstrekt samen met een menselijke tussenkomst bij die klant en eventueel de goederen die verband houden met de cateringdienst ter beschikking stelt van die klant, is er sprake van één dienst, zijnde een cateringdienst.

Het gaat bijvoorbeeld om de volgende tussenkomsten:

  • de bereiding ter plaatse van de spijzen door de belastingplichtige en/of zijn personeel bij de klant aan huis (ook het louter verwarmen van de spijzen bij de klant)
  • de aanwezigheid (al dan niet in de verbruiksruimte) van de belastingplichtige en/of zijn personeel op het tijdstip waarop de spijzen door de klant worden genuttigd wanneer die aanwezigheid gepaard gaat met tussenkomsten van die personen (bereiden, serveren, dresseren, afruimen, afwassen)
  • het schikken en eventueel afruimen van buffetten, tafels
  • het instaan voor de afwas, reiniging (bij de klant).

 

Er wordt opgemerkt dat er ook sprake kan zijn van een cateringdienst wanneer de belastingplichtige en/of zijn personeel niet aanwezig zijn tijdens het effectief verbruiken van de maaltijden door de klant of zijn genodigden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de belastingplichtige zich beperkt tot het dresseren van het buffet vóór de aanvang van het evenement.

Wanneer een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon dan degene die de spijzen en/of dranken verstrekt, tussenkomt, wordt het verstrekken van de spijzen en/of dranken in principe aangemerkt als een levering van goederen.

Wanneer een belastingplichtige, andere dan diegene die de spijzen en/of dranken verstrekt, louter de bediening verzorgt, dan is dit een materieel werk dat onderworpen is aan het normale btw-tarief van 21%.

Misbruik kan hier evenwel van toepassing zijn, inzonderheid wanneer de twee personen (enerzijds de persoon die de spijzen verstrekt en anderzijds de persoon die de menselijke tussenkomst verricht) verbonden zijn. In dat geval kan het verstrekken van maaltijden worden aangemerkt als een dienstverrichting. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de firma van een traiteur een dochterbedrijf opricht met als activiteit het opdienen van de door het moederbedrijf verstrekte maaltijden. Dit kan ook het geval zijn wanneer twee belastingplichtigen samenwerken en naar de klant toe, bijvoorbeeld onder de vorm van publiciteit, één globale cateringdienst aanbieden.

Wanneer de belastingplichtige zich beperkt tot het bereiden van de maaltijden aan de hand van ingrediënten die door zijn klant worden ter beschikking gesteld, verstrekt de belastingplichtige in principe geen cateringdienst maar een materieel werk. Deze dienst is in zijn geheel onderworpen aan het normale btw-tarief van 21 %.

Het spreekt voor zich dat indien de ingrediënten afkomstig zijn van de zaak van de belastingplichtige, er slechts sprake is van één handeling, namelijk een cateringdienst. De handeling mag in dat geval niet kunstmatig worden opgesplitst in enerzijds een levering van goederen en anderzijds een materieel werk.

Mobiel voedselkraam - Foodtruck

De uitbater van een mobiel voedselkraam of foodtruck wordt door een klant ingehuurd voor het verstrekken van spijzen/dranken tijdens een privé-evenement

Dat doet zich voor wanneer een uitbater van een voedselkraam wordt ingehuurd door een klant om tijdens een event met zijn mobiel kraam ter plaatse maaltijden te voorzien voor de genodigden van de klant op een door de klant gekozen tijdstip en locatie maar elders dan in de ruimten van de uitbater (bijvoorbeeld thuis bij een particulier, op het terrein van een bedrijf).

De uitbater factureert deze maaltijden aan de klant en heeft dus geen enkele contractuele band met de eigenlijke consument van de verbruiksgoederen.

In dat geval verstrekt de uitbater van dat kraam aan deze klant een cateringdienst. Het is van geen belang of de uitbater infrastructuur voor het verbruik ter plaatse (bijvoorbeeld tafels, stoelen, enzovoort) voorziet en die maaltijden in open lucht worden verbruikt dan wel in een door de klant gehuurde feestzaal.

Mobiel voedselkraam of foodtruck op een evenement met betrekking tot podiumkunsten

Er is geen contractuele band met de eigenlijke consument van de verbruiksgoederen

Wanneer de uitbater van het mobiel voedselkraam wordt ingehuurd door een bepaalde klant (bijvoorbeeld de organisator van een muziekfestival) en de maaltijden factureert aan deze klant, is er sprake van een cateringdienst. Er bestaat dan geen contractuele band met de eigenlijke consument van de verbruiksgoederen.

Er is wel een contractuele band met de eigenlijke consument van de verbruiksgoederen

Wanneer de uitbater van een mobiel voedselkraam met zijn kraam op of naast de plaats van het evenement met betrekking tot podiumkunsten staat (al dan niet tegen betaling van een vergoeding voor het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen), waarbij de consument van de verbruiksgoederen rechtstreeks betaalt aan de uitbater, zijn de bezoekers van het evenement de individuele klanten aan wie die uitbater, al naargelang de omstandigheden, een levering van spijzen/dranken verricht of een restaurantdienst verstrekt.

In dat geval is er sprake van een restaurantdienst als door de uitbater of een derde (bijvoorbeeld de organisator van het festival of een andere belastingplichtige die een inrichting exploiteert) aan de klanten een ruimte binnen ter beschikking wordt gesteld die voorzien is van een infrastructuur die de klanten de mogelijkheid biedt om hun spijzen en/of dranken, zittend of staand (gewone tafels, statafels of eetbalie), ter plaatse te verbruiken wanneer deze klanten van die infrastructuur gebruik maken.

Is er geen verbruiksruimte binnen voorzien, aanvaardt de administratie bij wijze van proef dat het verstrekken van spijzen en/of dranken door een mobiel voedselkraam of foodtruck op een evenement met betrekking tot podiumkunsten, wordt aangemerkt als een levering van goederen.

Wanneer de klanten de spijzen en/of dranken verstrekt door een mobiel voedselkraam of foodtruck niet ter plaatse verbruiken, is er sprake van een levering van goederen.

Het feit dat de goederen effectief bestemd zijn 'om mee te nemen', zonder verbruik ter plaatse, kan inzonderheid uit de wijze van verpakking blijken. Wanneer de spijzen op een dienblad worden meegegeven, is er een vermoeden dat deze spijzen het voorwerp uitmaken van een verbruik ter plaatse.

Er wordt inzonderheid opgemerkt dat foodtruckfestivals hier niet worden beoogd.

Foornijveraars

Als foornijveraars worden aangemerkt, de fysieke personen waarvan de bedrijvigheid bestaat uit, door tijdelijke opstelling van beweegbare of uiteenneembare inrichtingen op de openbare pleinen, markten of straten, ter gelegenheid van kermissen, jaarmarkten of feesten, het bezorgen van vermaak of spektakel aan het publiek of het verkopen of serveren van koopwaren die bij deze gelegenheden gebruikelijk worden verkocht of geserveerd (bv. speelgoed, confiserie, wafels, frieten, ijsroom enz.).

Spijzen en/of dranken verstrekt in een station

Een inrichting is in een station gevestigd. De spijzen of dranken die worden genuttigd aan de door die inrichting ter beschikking gestelde tafels die zich in de stationshal bevinden maken het voorwerp uit van een restaurantdienst.

Wanneer de klanten de spijzen/dranken al wandelend verbruiken of hiervoor gebruik maken van een multifunctionele voorziening (bijvoorbeeld de wachtbanken die voor iedereen toegankelijk zijn ter beschikking gesteld door de NMBS), is er sprake van een levering van goederen.

Kookworkshops en kok aan huis

Kookworkshops

Het geven van kookworkshops is geen restaurant- of cateringdienst. Het normale btw-tarief van 21 % is van toepassing. Voor de berekening van de drempel, wordt de omzet uit kookworkshops niet meegerekend.

Indien de kookworkshops georganiseerd worden door een belastingplichtige die eveneens restaurant- en cateringdiensten verstrekt en die de drempel van 25.000 euro overschrijdt, moeten er ook kastickets van een geregistreerd kassasysteem worden uitgereikt voor de kookworkshops. Indien de drempel van 25.000 euro niet wordt overschreden, moeten er voor de kookworkshops geen rekeningen of ontvangstbewijzen zoals bedoeld in artikel 22, van het koninklijk besluit nr. 1 worden uitgereikt.

Kok aan huis

Wanneer een belastingplichtige bij zijn klant thuis een maaltijd gaat bereiden met ingrediënten die hij zelf aanlevert, verricht die belastingplichtige een cateringdienst en dit ongeacht of de belastingplichtige aanwezig is tijdens het verbruiken van de maaltijden door de klant en eventuele genodigden. Deze cateringdienst is, met uitsluiting van het verschaffen van dranken, onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 12 %.

Wanneer een belastingplichtige bij een klant thuis een maaltijd gaat bereiden met ingrediënten die door de klant worden aangeleverd, verricht de belastingplichtige een materieel werk. Deze dienst is in zijn geheel onderworpen aan het normale btw-tarief van 21 %.

Wanneer de klant evenwel de ingrediënten eerst heeft aangekocht bij de belastingplichtige die nadien deze ingrediënten zal gebruiken voor het bereiden van de spijzen bij de klant thuis, is er in principe voor het geheel sprake van een cateringdienst.

Spijzen en/of dranken in automaten

De administratie aanvaardt dat de door middel van automaten verstrekte spijzen en dranken voor de toepassing van de btw-tarieven zonder onderscheid geacht worden het voorwerp uit te maken van een eenvoudige levering, ongeacht dus de plaats waar de automaten staan.

Deze verkopen gebeuren niet aan het btw-tarief van 12 % en worden dus niet meegenomen in de berekening van de drempel.

Spijzen en/of dranken tijdens een seminarie

Dit punt behandelt uitsluitend de kwalificatie van de handeling in de relatie tussen de organisator van het seminarie en de eindklant (zijnde de individuele deelnemers of ondernemingen die het seminarie komen volgen). Het gaat hier om de btw-behandeling van de spijzen en/of dranken die de deelnemers van een seminarie kunnen nuttigen tijdens bijvoorbeeld de middagpauze.

De kwalificatie van de handeling(en) tussen de cateraar en de organisator van het seminarie, een eventplanner en de organisator van het seminarie, enzovoort worden hier niet behandeld.

De kwalificatie van het btw-statuut van de spijzen en/of dranken die verstrekt worden in het kader van een seminarie is in principe een feitenkwestie die geval per geval dient te worden onderzocht. Niettemin kan op basis van rechtspraak reeds het volgend onderscheid worden gemaakt.

De verstrekte spijzen en/of dranken zijn bijkomend bij de hoofdhandeling en volgen het btw-stelsel van die hoofdhandeling

Wanneer uit de feiten blijkt dat de verstrekte spijzen en/of dranken in hoofde van de deelnemers geen doel op zich zijn maar louter een middel om de hoofdhandeling van de organisator aantrekkelijker te maken, worden de verstrekte spijzen en/of dranken slechts als bijkomend bij de hoofdhandeling beschouwd.

Wanneer volgende voorwaarden samen vervuld zijn, gaat de administratie er in elk geval van uit dat de verstrekte spijzen en/of dranken worden beschouwd als bijkomend bij de hoofdhandeling van de organisator van het seminarie:

  • De prijs van de deelname aan het seminarie is een enige vaste prijs, ongeacht of de deelnemer de aangeboden spijzen en/of dranken al dan niet verbruikt. De deelnemer kan niet opteren om, tegen een vermindering van de prijs, van de spijzen en/of dranken af te zien. De deelnemer kan niet opteren om voor een meerprijs wel te kunnen genieten van de spijzen en/of dranken.
  • In hoofde van de organisator van het seminarie is de totale kostprijs van de catering beperkt in vergelijking met de kostprijs van de eigenlijke organisatie van het seminarie (dit zijn de kosten die rechtstreeks nodig zijn en onontbeerlijk zijn voor het geven van het seminarie, zoals bijvoorbeeld de kosten met betrekking tot de sprekers, de huur van de zaal, multimedia-apparatuur, drukkosten, enzovoort. De verblijfskosten (hotelovernachting) en vervoerskosten worden bijvoorbeeld niet bedoeld. De administratie neemt in elk geval aan dat aan deze voorwaarde is voldaan wanneer de kostprijs van de catering hoogstens 15 % van de eigenlijke kostprijs van het seminarie bedraagt.

 

Onder die omstandigheden zijn de verstrekte spijzen en/of dranken in hoofde van de deelnemers geen doel op zich. Wanneer de hoofdhandeling bestaat uit de toekenning van het recht om deel te nemen aan een seminarie, volgt het verstrekken van spijzen en/of dranken in dat geval het btw-stelsel van die hoofdhandeling ongeacht of de factuur de enige prijs uitsplitst. De aard van de verstrekte spijzen doen er in die omstandigheden niet toe.

Het verstrekken van spijzen en/of dranken is een aparte hoofdhandeling die zijn eigen btw-stelsel volgt

Wanneer uit de feiten blijkt dat de verstrekte spijzen en/of dranken in hoofde van de deelnemers, naast de deelname aan het seminarie, niet louter bijkomstig zijn bij het evenement maar een belangrijk element vormen bij hun keuze om zich al dan niet in te schrijven voor het evenement, is er in principe sprake van (minstens) twee aparte hoofdhandelingen.

De administratie gaat er overigens van uit dat wanneer niet voldaan is aan een van de voorwaarden opgesomd onder punt A., het verstrekken van spijzen en/of dranken in het kader van een seminarie in principe een aparte hoofdhandeling is. Desgevallend verstrekt de organisator aan de deelnemers, naast de dienst bestaande uit de toekenning van het recht om deel te nemen aan een seminarie (hoofdhandeling 1), een dienst beoogd door artikel 18, § 1, tweede lid, 11°, van het Btw-Wetboek (hoofdhandeling 2).

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het nuttigen van de spijzen/en of dranken optioneel zijn (dit is wanneer de deelnemers een meerprijs kunnen betalen voor die spijzen en/of dranken of wanneer ze een korting krijgen wanneer ze afzien van de mogelijkheid om de spijzen en/of dranken te nuttigen).

Opmerking

Wanneer een belastingplichtige een seminarie organiseert in andere omstandigheden, kan hij zich richten tot zijn bevoegde btw-dienst om uitsluitsel te krijgen inzake de btw-kwalificatie van het door hem georganiseerde seminarie. In bepaalde gevallen kan er bijvoorbeeld ook sprake zijn van een complexe handeling.

De besproken btw-behandeling van de spijzen en/of dranken die worden verstrekt naar aanleiding van een seminarie geldt enkel indien er geen sprake is van simulatie en/of rechtsmisbruik.

Onder bepaalde voorwaarden kunnen de organisatoren van seminaries die restaurant- of cateringdiensten verstrekken aan de deelnemers en hiervoor een beroep doen op een onderaannemer gebruik maken van een tolerantie.

Borrelhapjes en versnaperingen

Op alle voorverpakte producten, zoals een pakje chips, een reep chocolade, een bifi-worst, een frisco, voorverpakte kaas- of salamiblokjes voor verbruik ter plaatse is het normale btw-tarief van 21 % van toepassing.

Wat betreft kaas, salami, chips, nootjes en dergelijke hapjes die worden verschaft samen met zwaardere biersoorten in het kader van een dienst (inzonderheid in een café) zijn de volgende regels van toepassing. Wanneer een  dergelijk hapje in een kleine hoeveelheid, spontaan (m.a.w. niet besteld door de klant, noch afzonderlijk, noch als één gezamenlijk aanbod met het bier volgens de kaart) en zonder prijsverhoging wordt verschaft, wordt het beschouwd als een bijhorigheid die voor de toepassing van de btw-tarieven niet apart wordt belast: het betreft één handeling inzake het verschaffen van dranken in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse, waarop het normale btw-tarief van 21 % van toepassing is. Hetgeen voorafgaat geldt mutatis mutandis voor het gebruikelijke koekje of stukje cake dat - zoals de suiker - verschaft wordt bij een kop koffie.

Deze handelingen worden bijgevolg niet als restaurant- of cateringdiensten beschouwd en moeten dus niet worden meegenomen in de berekening van de drempel.

De door de klant bestelde en ter plaatse verbruikte en versneden kaasblokjes en stukjes salami, gebak, taart en ander dergelijk niet-voorverpakt voedsel zijn daarentegen het voorwerp van een restaurantdienst die het tarief van 12 % geniet. Deze omzet moet bijgevolg wel worden meegenomen in de berekening van de drempel. Indien de drempel van 25.000 euro niet wordt overschreden, moet voor dergelijke handeling een rekening of ontvangstbewijs worden uitgereikt.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat bijvoorbeeld de ter plaatste verbruikte lasagne of croque uit het vuistje, zelfs voorverpakt, een bereiding vergen en worden aangemerkt als  restaurantdiensten die het tarief van 12 % genieten.